Ezechiël 10

Vorig
Volgende
1 In de uitgestrekte woestijn van Sinaï, binnen de heilige muren van de ontmoetingstent, sprak de Heer tot Mozes. Het was de eerste dag van de tweede maand, twee jaar na hun vertrek uit Egypte. Hij zei:

2 "Tel de gehele gemeenschap van de kinderen van Israël, stam voor stam, volgens de huizen van hun voorvaderen. Neem de namen op van iedere man, één voor één.

3 "Vanaf de leeftijd van twintig jaar en ouder, tel iedereen die in staat is om in Israël te dienen; jij en Aaron zullen hen tellen volgens hun legers.

4 "Van elke stam moet er een man bij jullie zijn, een leider van zijn vaderlijk huis.

5 "Dit zijn de namen van de mannen die jullie zullen bijstaan: van de stam van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

6 "Van de stam van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

7 "Van de stam van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

8 "Van de stam van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

9 "Van de stam van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

10 "Van de kinderen van Jozef: van de stam van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van de stam van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

11 "Van de stam van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

12 "Van de stam van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

13 "Van de stam van Aser, Pagiel, de zoon van Ochran.

14 "Van de stam van Gad, Eljasaf, de zoon van Dehuel.

15 "Van de stam van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

16 "Deze mannen zijn de uitverkorenen van de gemeenschap, de leiders van de stammen van hun voorvaders; zij zijn de hoofden van de duizenden van Israël.

17 "Mozes en Aaron namen deze mannen, die bij naam genoemd zijn.

18 "Ze verzamelden de hele gemeenschap op de eerste dag van de tweede maand. Iedereen van twintig jaar en ouder werd geteld, stam voor stam, volgens hun voorvaderlijke huizen en namen.

19 "Zoals de Heer Mozes had opgedragen, zo telde hij hen in de woestijn van Sinaï.

20 "De zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israël, werden geteld volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

21 "Het aantal getelden van de stam van Ruben was zesenveertigduizend vijfhonderd.

22 "Van de zonen van Simeon, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

23 "Het aantal getelden van de stam van Simeon was negenenvijftigduizend driehonderd.

24 "Van de zonen van Gad, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld.

25 "Het aantal getelden van de stam van Gad was vijfenveertigduizend zeshonderdvijftig.

26 "Van de zonen van Juda, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

27 "Het aantal getelden van de stam van Juda was vierenzeventigduizend zeshonderd.

28 "Van de zonen van Issaschar, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

29 "Het aantal getelden van de stam van Issaschar was vierenvijftigduizend vierhonderd.

30 "Van de zonen van Zebulon, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

31 "Het aantal getelden van de stam van Zebulon was zevenenvijftigduizend vierhonderd.

32 "Van de zonen van Jozef: van de zonen van Efraim, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

33 "Het aantal getelden van de stam van Efraim was veertigduizend vijfhonderd;

34 "Van de zonen van Manasse, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

35 "Het aantal getelden van de stam van Manasse was tweeëndertigduizend tweehonderd.

36 "Van de zonen van Benjamin, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

37 "Het aantal getelden van de stam van Benjamin was vijfendertigduizend vierhonderd.

38 "Van de zonen van Dan, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

39 "Het aantal getelden van de stam van Dan was tweeënzestigduizend zevenhonderd.

40 "Van de zonen van Aser, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

41 "Het aantal getelden van de stam van Aser was eenenveertigduizend vijfhonderd.

42 "Van de zonen van Nafthali, hun telling, volgens hun stammen, hun voorvaderlijke huizen, en hun namen. Elke man van twintig jaar en ouder die kon dienen, werd geteld;

43 "Het aantal getelden van de stam van Nafthali was drieënvijftigduizend vierhonderd.

44 "Dit zijn de aantallen die Mozes, Aaron, en de leiders van Israël telden. Twaalf mannen, elk een leider van zijn voorvaderlijk huis.

45 "Dus waren alle getelden van de zonen van Israël, volgens hun voorvaderlijke huizen, van twintig jaar oud en ouder, iedereen die kon dienen in Israël,

46 "Het totale aantal getelden was zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig.

47 "Maar de Levieten, volgens de stam van hun voorvaders, werden niet onder hen geteld.

48 "Want de Heer had tegen Mozes gezegd:
49 "Je moet de stam van Levi niet tellen, noch hun aantal toevoegen aan dat van de kinderen van Israël.
50 "Maar jij, stel de Levieten aan over de tabernakel van het getuigenis, en over alle gereedschappen ervan, en over alles wat ermee te maken heeft. Zij zullen de tabernakel en al zijn gereedschappen dragen; zij zullen het dienen en rondom de tabernakel kamperen.
51 "Wanneer de tabernakel moet worden verplaatst, zullen de Levieten het afbreken; en wanneer de tabernakel moet worden opgezet, zullen de Levieten het oprichten. Als een vreemdeling het durft aan te raken, zal hij worden gedood.
52 "De kinderen van Israël zullen kamperen, ieder bij zijn eigen kampvlag, georganiseerd volgens hun legers.
53 "Maar de Levieten zullen kamperen rondom de tabernakel van het getuigenis, zodat er geen toorn over de gemeenschap van de kinderen van Israël komt. Daarom zullen de Levieten de wacht houden over de tabernakel van het getuigenis."

54 De kinderen van Israël deden precies zoals de Heer Mozes had opgedragen.